Ardennentraining 2020, Les Forges.

Na een succesvol Ardennenweekend in 2018 hebben we in 2020, mede door de Coronacrisis, nog eens tijd gevonden om nog eens zo’n weekendje te doen, hieronder een verslagje per dag.

Dag 1:

We mochten ons huisje pas binnen om 17u maar omdat Jeroen, Wouter en Tim alleen zondag konden hebben we toch om 12u afgesproken aan ons huisje in Forges (een dorpje in Sprimont).
Het plan was om de VGT-Classic te rijden, een ritje dat de gebroeders Van Geertruyden al jaren rijden, met een paar bekende en minder bekende hellingen. Het ritje was een beetje aangepast omdat dit normaal start in Aywaille.
12u: Iets heel raar gebeurde, iedereen (Stekke, Jeroen, Jolle, Koen, Kurre, Wouter en Tim) was stipt op tijd op afspraak!
Na een dikke 20 minuten had iedereen zich omgekleed en vertrokken we, voor we in Aywaille waren moesten we 2 tussenklimmetjes op van elk ongeveer 2km aan 4%. Op elke beklimming en na elke afdaling werd er telkens even gewacht op de rest van de groep. Na een langere afdaling naar Aywaille kwam aldaar de eerste echte klim: de Côte de Niaster, een hele mooie klim met een paar hele mooie bochtjes, het is ook nooit heel steil, perfect om op te warmen dus! Na de Niaster liep het wel nog een goeie 6km lichtjes naar boven tot aan de bottelarij van Bru, vanaf daar daalden we de Lorce af. Onderaan de afdaling was het naar rechts, daar start een hele mooie lange klim de Côte de Bru, 5km aan 4% en je rijdt bijna heel de tijd in een bos. Je komt op 5km nog geen 10 huizen tegen, een redelijk onbekende klim maar echt een aanrader! Ik kwam samen met Wouter en Tim boven, na een paar minuten was iedereen boven. Na een afdaling van 7km kwamen we aan de Ancienne Barrier, een bekende klim maar dan vooral omdat het een klim is die in vele toertochten zit omdat je via deze klim naar Trois Ponts kunt. De klim zou een goeie trainingsklim kunnen zijn want hij is toch een dikke 5km aan 5%, maar het grootste probleem is dat er veel verkeer is en daarom niet de leukste klim. Ik heb deze klim wel al een aantal keer gedaan en ik ken hem dus redelijk goed en weet waar ik hoe snel kan rijden zonder me dood te rijden, ik kwam alleen boven, daarna kwamen Tim en Wouter boven, beetje later de rest. Aan het cafeetje boven (dat helemaal vernieuwd is) werd er even halt gehouden voor een drankje en het vullen van bidons. Na de afdaling en een dikke 14km in het dal van Trois Ponts en 1 tussenklimmetje was het de beurt aan de volgende klim, de bekende Col du Rosier (4,4km aan 6%) vanuit Ruy, een hele mooie klim met heel veel geschiedenis. Ik en Tim begonnen er samen aan, maar Tim moest in de helft van de klim afhaken. Maar verrassend genoeg kwam Stekke op de top tot op 50m, die had in de laatste kilometer Tim en Wouter nog ingehaald en achtergelaten! Hierna had ik er een stuk ingestoken waarvan bleek dat zelfs Stekke dit nog nooit had gedaan, dit was vooral in dalende lijn met een paar korte stukjes bergop, rustig en in’t groen!
Na dit intermezzo was het de beurt aan de volgende klim, de Maquisard, nog zo’n bekende klim die ook in Luik-Bastenaken-Luik zit, je klimt 3km tussen de velden aan een goeie 5%.
Na een afdaling en een tussenklim op weg naar Aywaille kwamen we aan de voet van de laatste echte klim, de Redoute, wie kent deze klim niet, hij  staat in het collectieve geheugen van de Berggeiten gegrift aangezien onze patroonheilige Frank Vandenbroucke hier een geweldig duel uitvocht met Michele Bartoli!
Wat kan je nog zeggen van de Redoute, dat hij verdomd zwaar is bijvoorbeeld, gelukkig is hij nog geen 2km dus het is een korte pijn. Boven was het heel even wachten op Jeroen die wat extra meters had gemaakt, boven offerde hij zijn fiets aan het asfalt, door een aantal mensen werd ook geopperd dat dit de laatste keer was dat ze deze klim opreden, maar dit was niet helemaal waar. Na een korte afdaling was er nog 1 tussenklim waarna een lange afdaling volgde naar ons huisje.
Na ons snel te installeren hebben we snel een douchke gepakt en zijn we met zijn allen iets gaan eten en drinken.
Hierna gingen Jeroen, Wouter en Tim terug naar Vlaanderen, en wij (Stekke, Jolle, Kurre en ik) naar ons huisje voor een nachtmutsje, s’nachts kwam Marc ons nog vervoegen.

Dag 2:

De dag begon met een uitgebreid ontbijt, dat zouden we nodig hebben vandaag want we gingen helemaal naar Nederland om daar 2 klimmetjes af te kruisen.
Na een uurtje te lang wachten op Butcher konden we dan toch vertrekken. De rit begon deze keer met een afdaling.
Na een paar kilometer in de vallei van de Vesder waren we toe aan de eerste klim, de Côte de Forêt een pareltje, met een paar echte haarspeldbochten en heel geleidelijk aan, dus een klim die iedereen wel aankan!
Daarna waren er zo’n 10km heel mooie en rustige kilometers met een paar tussenklimmetjes van maximum 1,5km die maximaal zo’n 5% waren. Hierna was het heel even druk in Herve, gelukkig was er net na het centrum een stuk Ravel, hierna was er spijtig genoeg nog een druk stuk op een grote weg tot aan de Voerstreek.
Na een lange afdaling in de Voerstreek kwamen we aan de voet van de Bovenste Bos klim, voor ons totaal onbekend maar wat was ie mooi! Bijna-nieuwe asfalt, een paar echte haarspeldbochten en de hele tijd in een bosje. Boven heb je ook een bankje om even te rusten en een oorlogsmonument om te bekijken. Echt lang is de klim niet met een lengte van 1,2km maar hij is wel gemiddeld 7,7%, dus zeker niet de makkelijkste. De afdaling erna was smal en redelijk technisch met een paar stukjes bergop, na de afdaling kwamen we al aan de voet van de Camerig, 1 van de 2 heuvels waarvoor we deze route hadden uitgetekend.
De Camerig is de berg met de meeste hoogtemeters van Nederland, het moeilijkste stuk is de eerste kilometer dit is zo’n 8%, de rest van de helling is 3,6km aan 3-4% met 2 korte afdalingen. Het is een klim met veel verschillende percentages dus niet de beste klim om te trainen maar wel leuk omdat het nooit echt steil is.
Direct na de afdaling van de Camerig begin je aan de Vaalserberg, de hoogste klim van Nederland en tevens een drielandenpunt. De Vaalserberg is een kilometer of 3 lang en zo’n 4,5% met 1 steil stukje van 8%, het is wel echt geen leuke klim want door het drielandenpunt is het er heel druk (ja zelfs in covid-19 crisis). Na een paar foto’s en een kleine omweg zijn we dan afgedaald naar Montzen waar Stekke een cafeetje wist zijn, hier was de plaatselijke kermis-organisatie een feestje aan het bouwen en trokken zich niet echt iets aan van de corona-maatregelen, gelukkig zaten we zelf wel ver genoeg.
Hierna begonnen we heel stilletjes aan de Kinkenweg, 2,7km aan 4%, maar die eerste 2km was zo gemakkelijk (2-3%) dat Stekke zich luidop afvroeg of die cijfers wel klopten, natuurlijk zodra hij die vraag had gesteld kwam daar het antwoord: ineens kwamen we in een bosje een muur tegen van 700m aan 12% met een heel slecht wegdek, al had je wel genoeg tijd om je weg te kiezen!
Na deze muur reden we een kleine 10km op een plateau waarna een technische afdaling ons in Verviers bracht, na wat geklooi in het verstedelijkt gebied van Verviers hield Stekke zijn woord en trok het peloton op een sliert. Stekke, Ik en soms Marc namen lustig over en zo werd er op een snel tempo langst de Vesdre gereden, dit zo’n 11km met een gemiddelde snelheid van zo’n 40km/u!
Direct erna kwamen we aan de laatste klim, voor ons op dat moment een onbekende waarvan we alleen de cijfers kenden, 2,1km aan 8%. Eerst reden we het klimmetje voorbij, we zagen namelijk een smal straatje tegen een muur omhoog lopen en dat straatje was verre van 8%, pas nadat de gps ons terecht had gewezen werd er aan de muur begonnen met veel gevloek en gepuf! Wat bleek nu die muur was zowat 1,5km aan 12% in 3 trapjes waarvan in elk trapje wel 1 of 2 stukken boven 15% waren! Na onze tocht hebben we wat beter gekeken en ontdekten we dat dit eigenlijk de Sur Steppes was, een klim die Tom Dumoulin zijn favoriete klim noemt!
Na deze klim was het gelukkig alleen nog een afdaling naar ons huisje, Butcher vertrok na een aperitiefje naar huis.
s’Avonds werd er nog wat gemopperd over de Sur Steppes bij een lekker bordje Truffel pasta gemaakt door Kurre.

Dag 3:

Dag 3 begon direct met klimmen, vanaf ons huisje was het zo’n 3,5km naar boven gelukkig was het meer vals plat dan echt klimmen.
Na de afdaling richting Aywaille kwamen we net voor het centrum aan de volgende klim de Côte de Kin, een hele mooie rustige klim van zo’n 4,3km  waarvan de moeilijkheid ligt in het begin met stukjes tot 10% maar nooit echt lang en met tussen die stukken altijd stukken om op adem te komen. Na de eerste 2,5km is het moeilijkste voorbij en klim je de laatste kilometers voort aan 3-4%. De afdaling erna was zo’n 5km en bracht ons aan de voet van een klimmetje op een grotere weg naar Stoumont.
Vanaf Stoumont was het zo’n 10km in dalende lijn naar Trois-Ponts waar de moeilijkste klim van de dag begon, de Côte de Brume 3km klimmen tegen 7%, met een paar steile stukken van rond de 10% het is net zoals de Kin ook een zeer rustige en mooie klim met boven mooie vergezichten op Trois-Ponts en de vallei van de Wanne!
Een smalle snelle afdaling bracht ons in Basse-Bodeux. Hier lag de start van de beklimming van de Côte de Haute-Bodeux al zijn we in het begin verkeerd gereden hebben we een minder bekende kant van deze beklimming gedaan, al moet ik wel zeggen dat het asfalt hier echt perfect lag, de kant die wij hebben gedaan was zo’n 3,5km aan 4% met een paar korte afdalingen maar zelfs dan waren er nooit echt moeilijke stukken in en we zijn geen enkele auto tegen gekomen! Boven was ook de top van de Ancienne Barriere, deze keer daalden we er af, wat een zalige afdaling met een snelheid van 51km/u was die wel snel voorbij spijtig genoeg! Jammer genoeg moesten we daarna klimmen op de grote weg naar Werbomont, maar eigenlijk hadden we nog geluk, vooral toen ik samen met Stekke boven aan het wachten was kwamen er veel auto’s voorbij maar tijdens de klim viel dat nog goed mee. Na Werbomont zijn we vooral via wat binnenwegen geleidelijk aan gedaald tot we aan een plateau van de Chambralles kwamen, gelukkig moesten we er dus nu niet naar boven maar daalden we deze verschrikkelijke steile helling af!
Net voor de laatste echte beklimming werd er iets gedronken in Pont-de-Sçay. Na een halfuurtje begonnen we dan aan deze beklimming, de Côte de Fraiture (die niets te maken heeft met de Baraque de Fraiture), een iets wat steiler klimmetje van 2,5km met een gemiddelde van toch 7% en omdat het de laatste echte klim was werd er ook wat sneller op gereden, tenminste toch bij mij en Stekke die toch lang aanklampte en ik pas kon lossen op het 2de steile stuk vlak voor het dorpje Fraiture. Na de Fraiture was het een hele tijd op en af en maakten we nog een valpartij van Marc mee nadat we moesten terugdraaien wegens een verkeerde afslag, gelukkig viel het bij Marc allemaal nog mee.
Stekke had blijkbaar nog zeer veel goesting want hij viel een paar keer aan. De eerste keer kon ik hem nog remonteren, de tweede keer was hij als eerste boven, alleen kende hij de weg niet dus ben ik hem nog even moeten gaan halen om de weg te wijzen.
De laatste klim van de dag was er juist voor de afdaling naar ons huisje en was een grote weg rechttoe recht aan, alvorens we eraan begonnen was er wat gebluf van Stekke die zich heel goed voelde na de beklimming ervoor.
Goed dacht ik, we zullen hem eens een lesje leren en op het vlakke stuk ervoor trok ik het op een lint. In het begin van de helling bleef Stekke gewoon in mijn wiel rijden, op het moeilijke stuk versnelde ik een beetje maar moest al snel gaan zitten, toen dacht ik dat Stekke mij voorbij ging vliegen, maar wat bleek Stekke zat niet meer in mijn wiel, blijkbaar was het toch voor iedereen een zware rit geweest.
s’Avonds was er een waar BBQ-festijn met Stekke als grillmaster, er werd wat nagedacht over een route van dag 4 want dat moest een korte worden want om 13u moesten we ons huisje al uit. Stekke kwam met het goeie idee om de Roche Aux Faucons te doen, een helling die weinigen van ons al gedaan hadden en die 1 van de scherprechters is in Luik-Bastenaken-Luik.

Dag 4:

Zoals al gezegd moesten we om 13u al uit het huisje, dus hadden we besloten om op tijd op te staan. Na een snel ontbijt vertrokken we rond 9u15. De eerste kilometers waren dezelfde als gisteren en was het dus weer direct naar boven, nu was het iets minder lang afdalen want in Remouchamps draaiden we af. Remouchamps = La Redoute, alhoewel er een paar Berggeiten na de eerste rit hadden gezegd dat ze de klim die volgde niet meer wouden doen was er 1 renner die we hiervoor moesten bedanken, Marc, want die had de Redoute nog nooit gedaan en dus om hem te plezieren hebben we de Redoute er even bij gepakt. De Berggeiten hadden wel geleerd na de eerste dag en we vertrokken allemaal samen en ook wat rustiger en er was nog een geluk, wind in de rug. Dit alles samen maakte dat er boven minder gevloekt werd dan die eerste rit.
Na de afdaling naar Sprimont was er een tussenklim, Cote du Hornay, gelukkig was die zeer kort en was het daarna vlak tot de afdaling naar Mery, waar de Roche Aux Faucons begint, maar even terug naar die afdaling want die was echt de moeite, helemaal in de natuur met mooie vloeiende bochten en redelijk goed asfalt echt een aanrader!
Aan de voet van de Roche Aux Faucons moesten we wachten aan een treinovergang, beetje spijtig want na de afdaling hadden we nog een mooi tempo. Na een paar minuten konden we dan toch beginnen aan de Roche Aux Faucons, de “echte” Roche is een klim van 1,5km aan 9,5% met een paar serieuze steile stukken, je begint met een muurtje van 500m 9% waarna een wat vlakker stukje komt waar je heel even op adem kunt komen. Spijtig genoeg volgt na dit vlakkere stukje het moeilijkste gedeelte, een muur van 700m aan 11,5%, net voor de top is het nog 100m een beetje vlakker. Dit was de Roche Aux Faucons zoals hij op de meeste websites staat maar als je Luik-Bastenaken-Luik hebt bekeken de laatste jaren dan weet je van José dat hierna nog een deel volgt, en inderdaad na een afdaling/vlak stuk van 1,3km heb je nog een helling van 1,7km aan bijna 6% met nog een paar moeilijkere stukken en hier kan je echt nog heel veel tijd verliezen omdat je tijdens zo’n korte afdaling niet kan herstellen.
Daarna konden we genieten van een snelle afdaling naar Tilff van zo’n 4km met een paar haarspeldbochten, in Tilff moesten we over een voorlopige brug over de Ourthe steken, Tilff ligt in een vallei en dus was het al snel terug naar boven. De helling die volgde was de Côte de Cortil een minder bekende klim maar hij mag er wel wezen. De eerste 2,5km gaan namelijk tegen 6,6% naar boven en het is dus echt wel klimmen. Stekke en ik begonnen samen te klimmen en we reden een mooi tempo naar boven maar in 1 van de laatste bochten moest hij ineens lossen, zijn bobijntje was stilletjes aan af. De Cortil is ook wat verraderlijk want na de echt klim gaat hij nog zeker een kilometer valsplat verder. De volgende 3km was gelukkig vlak, daarna volgde de laatste afdaling van de week, die leidde ons naar Trooz waar dan de laatste “klim” van het weekend volgde al is klimmen niet echt het juiste woord, het is nog geen 3% gemiddeld en 3km is ook niet bepaald lang. Omdat het de laatste klim was werd door mezelf, Stekke en Marc nog eens keihard doorgetrokken en omdat ik nog wel goeie benen had besloot ik gewoon heel de klim zo’n hard tempo te rijden dat niemand uit mijn wiel kon komen, op het einde kon ik zelf nog versnellen en kwam ik alleen toe aan ons verblijf. Er werd nog snel gedoucht en gepakt en met vermoeide maar voldane benen gingen we terug naar Leuven!

De cijfers:

350km met 6000 hoogtemeter op 4 dagen.

Hieronder wat foto’s van het weekend:

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.